
1 |
Er zijn 16 kinderen in het zwembad. De helft van de kinderen draagt nog zwembandjes. Hoeveel kinderen kunnen zwemmen zonder zwembandjes?
_______________________8_______________________ kinderen
|
2 |
Op de markt liggen 30 sinaasappels. De groenteboer verdeelt dit over 10 doosjes. Hoeveel volle doosjes heeft de groenteboer?
_______________________3_______________________ doosjes
|
3 |
Op het bureau liggen 14 pennen. De helft doet het niet meer. Hoeveel pennen doen het nog wel?
_______________________7_______________________ pennen
|
4 |
Madelief heeft 30 knikkers en wil deze eerlijk verdelen met haar vriendin. Hoeveel knikkers krijgen ze allebei?
_______________________15_______________________ knikkers
|
5 |
In een klas zitten 20 leerlingen. De helft van de leerlingen zijn jongens. Hoeveel jongens zijn er?
_______________________10_______________________ meisjes
|
6 |
Tante Nora maakt 8 gebakjes. Ze verdeelt deze over 2 gezinnen. Hoeveel gebakjes krijgt ieder gezin?
_______________________4_______________________ gebakjes
|
7 |
Floris bakt 30 koekjes. Hij deelt deze over 3 vrienden. Hoeveel koekjes krijgt ieder vriendje?
_______________________10_______________________ koekjes
|
8 |
Op het pizzafeest zijn 15 stukken pizza. Deze worden verdeeld over 5 vrienden. Hoeveel stukken pizza krijgt iedereen?
_______________________3_______________________ stukken pizza
|
9 |
De boer heeft 25 appels geplukt. Hij verdeelt ze over zakjes van 5 appels. Hoeveel zakjes appels heeft de boer?
_______________________5_______________________ zakjes
|
10 |
Vader fietst in de vakantie 25 kilometer. Hij doet dit verspreid over 5 dagen. Hoeveel kilometer heeft vader per dag gefietst?
_______________________5_______________________ kilometer
|

Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)