Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 7 - Eind


1
De moeder van Sterre bestelt
3/5
aardbeienvlaai,
4/5
chocoladevlaai en
4/5
kersenvlaai. Hoeveel vlaai bestelt de moeder van Sterre in totaal?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
2
  
1
5
2
Wie van de kinderen heeft de kleinste breuk opgeschreven?
      Thomas: 1/2    
      Jelle: 2/5    
      Raf: 7/20    
X 
      Joshua: 3/10    
3
6/7
van alle 280 auto`s houden zich in de dorpsstraat aan de snelheid. Hoeveel auto`s zijn dat?
_______________________240_______________________ auto`s
4
Silke koopt bij de slager een kilo gehakt en gebruikt daarvan 0,75 kilo. De rest gaat in de vriezer. Welk deel van een kilo gehakt gebruikt Silke?
Schrijf hiernaast een breuk
3
4
5
De politie van Amsterdam heeft in een week tijd 2700 boetes uitgedeeld.
1/6
waren boetes voor het rijden door het rode licht. Hoeveel boetes waren dat?
_______________________450_______________________ boetes
6
De familie van Olivier moet 300 kilometer rijden. Ze hebben
3/4
deel gereden, voordat ze gaan eten. Hoeveel kilometer moeten ze na het eten nog rijden?
_______________________75_______________________ kilometer
7
Jula eet in het pannenkoekrestaurant
4/5
pannenkoek met suiker,
2/5
pannenkoek met aardbeien en
2/5
pannenkoek met spek. Hoeveel pannenkoeken heeft Jula gegeten?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
3
5
8
Jochem uit groep 7 verkoopt
5/7
plaatcake,
5/7
appelcake en
6/7
kaneelcake tijdens de projectavond. Hoeveel cake heeft Jochem in totaal verkocht?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
2
  
2
7
9
Veerle heeft € 300,- geleend van haar vader. Ze betaalt na een maand
1/6
deel terug. Hoeveel euro moet Veerle daarna nog terugbetalen?
_______________________250_______________________ euro
10
Julian moest € 400,- betalen voor een nieuwe fiets. Hij betaalde bij de koop
3/8
deel van dat bedrag. De rest betaalt hij als de fiets binnen is. Hoeveel euro moet Julian dan nog betalen?
_______________________250_______________________ euro