
1 |
De meester schrijft op het bord 1
3/5 , 1 4/10 en 1 1/2 . Welke is het grootst? 1 1/2 1 4/10 X 1 3/5 |
|||||
2 |
5/7 van alle 6300 aardbeienplantjes zijn al verkocht. Hoeveel aardbeienplantjes zijn dat?_______________________4500_______________________ aardbeienplantjes
|
|||||
3 |
De hotelovernachting kost € 200,-. Ecrin betaalt tijdens de boeking al
3/5 deel. Hoeveel euro moet Ecrin later nog betalen?_______________________80_______________________ euro
|
|||||
4 |
|
|||||
5 |
|
|||||
6 |
|
|||||
7 |
5/8 van de 4800 reizigers op Schiphol hebben al vaker een vliegreis gemaakt. Hoeveel reizigers zijn dat?_______________________3000_______________________ reizigers
|
|||||
8 |
Lizzy heeft € 400,- geleend van haar vader. Ze betaalt na een maand
3/8 deel terug. Hoeveel euro moet Lizzy daarna nog terugbetalen? _______________________250_______________________ euro
|
|||||
9 |
|
|||||
10 |
Vier vrienden schrijven allemaal een getal met een breuk op. Welke ligt het dichtst bij 5?
X Otis: 5 1/8 Arthur: 4 3/4 Wout: 5 1/2 Rick: 4 4/5 |
Copyright 2024 © Redactiesommen.nl
Privacy beleid
Kijk ook eens op www.rekenspelletjes.nu en bijdeles.online (quiz taal/rekenen/spelling)






