Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 7 - Eind


1
Laurens moest € 300,- betalen voor een nieuwe fiets. Hij betaalde bij de koop
2/5
deel van dat bedrag. De rest betaalt hij als de fiets binnen is. Hoeveel euro moet Laurens dan nog betalen?
_______________________180_______________________ euro
2
De politie van Amsterdam heeft in een week tijd 2100 boetes uitgedeeld.
2/3
waren boetes voor het rijden door het rode licht. Hoeveel boetes waren dat?
_______________________1400_______________________ boetes
3
Vier vrienden schrijven allemaal een getal met een breuk op. Welke ligt het dichtst bij 5?
      Lucas: 5 1/2    
      Joost: 4 3/4    
X 
      Rens: 5 1/8    
      Tijmen: 4 4/5    
4
De hotelovernachting kost € 350,-. Tessa betaalt tijdens de boeking al
2/7
deel. Hoeveel euro moet Tessa later nog betalen?
_______________________250_______________________ euro
5
De ouders van Mehmet kopen een nieuwe staande klok voor in de woonkamer. De klok kost € 250,-. Bij de koop hebben ze al
3/5
deel betaald. Hoeveel euro moeten ze nog betalen?
_______________________100_______________________ euro
6
De familie van Olivier moet 350 kilometer rijden. Ze hebben
3/4
deel gereden, voordat ze gaan eten. Hoeveel kilometer moeten ze na het eten nog rijden?
_______________________87,5_______________________ kilometer
7
Wie van de kinderen heeft de kleinste breuk opgeschreven?
X 
      Maurits: 3/10    
      Jorn: 2/5    
      David: 7/20    
      Nick: 1/2    
8
Kay en Ayoub doen een spelletje. Kay schrijft 2,80 op als kommagetal. Ayoub moet precies dezelfde hoeveelheid opschrijven als getal met een breuk. Wat moet Ayoub opschrijven?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
2
  
4
5
9
6/7
van alle 280 stoelen op het terras zijn bezet. Hoeveel stoelen zijn bezet?
_______________________240_______________________ stoelen
10
Voor een recept heeft Veerle
3/5
liter water klaarstaan. Ze gebruikt
2/10
liter. Hoeveel liter heeft ze nog over?
Schrijf hiernaast een breuk
2
5