Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 7 - Eind


1
Voor een recept heeft Meike
3/4
liter water klaarstaan. Ze gebruikt
1/2
liter. Hoeveel liter heeft ze nog over?
Schrijf hiernaast een breuk
1
4
2
De hotelovernachting kost € 200,-. Mia betaalt tijdens de boeking al
2/5
deel. Hoeveel euro moet Mia later nog betalen?
_______________________120_______________________ euro
3
De politie van Amsterdam heeft in een week tijd 2460 boetes uitgedeeld.
1/3
waren boetes voor het rijden door het rode licht. Hoeveel boetes waren dat?
_______________________820_______________________ boetes
4
3/4
deel van de pannenkoeken is gebakken met spek.
1/8
deel is gebakken met appel. De rest van de pannenkoeken is naturel. Welk deel is dat?
Schrijf hiernaast een breuk
1
8
5
De moeder van Suus bestelt
6/8
aardbeienvlaai,
4/8
chocoladevlaai en
3/8
kersenvlaai. Hoeveel vlaai bestelt de moeder van Suus in totaal?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
5
8
6
De familie van Jonas moet 300 kilometer rijden. Ze hebben
3/4
deel gereden, voordat ze gaan eten. Hoeveel kilometer moeten ze na het eten nog rijden?
_______________________75_______________________ kilometer
7
1/5
deel van de slachtkoe is verkocht aan een slager en
1/2
deel is verkocht aan klanten. Welk deel van de koe is nog niet verkocht?
Schrijf hiernaast een breuk
3
10
8
Het vakantiehuis kost € 2500,- voor twee weken. Bij de boeking moet je
3/5
euro vooraf betalen. Hoeveel euro is dat?
_______________________1500_______________________ euro
9
De meester schrijft op het bord 1
3/5
, 1
4/10
en 1
1/2
. Welke is het grootst?
X 
      1 3/5    
      1 1/2    
      1 4/10    
          
10
De bakker verkoopt
1/2
deel slagroomtaart en
1/4
appeltaart aan een klant. Hoeveel taart koopt de klant?
Schrijf hiernaast een breuk
3
4