Oefenwereld.nl: Maak alle website reclamevrij! Spellingoefenen.nl: Spelling oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Taaloefenen.nl: Taal oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Sommenoefenen.nl: Sommen oefenen voor groep 3,4,5,6,7 en 8 Redactiesommen.nl: Cito rekenen met verhaaltjessommen


Naam: ___________________________________       Niveau: Groep 7 - Eind


1
Kayleigh spaart voor een nieuw bureau en die kost € 400,-. Ze heeft al
3/8
deel. Hoeveel euro moet Kayleigh nog sparen?
_______________________250_______________________ euro
2
De ouders van Aiden kopen een nieuwe staande klok voor in de woonkamer. De klok kost € 220,-. Bij de koop hebben ze al
1/5
deel betaald. Hoeveel euro moeten ze nog betalen?
_______________________176_______________________ euro
3
David moest € 200,- betalen voor een nieuwe fiets. Hij betaalde bij de koop
3/5
deel van dat bedrag. De rest betaalt hij als de fiets binnen is. Hoeveel euro moet David dan nog betalen?
_______________________80_______________________ euro
4
De familie van Abel moet 350 kilometer rijden. Ze hebben
3/4
deel gereden, voordat ze gaan eten. Hoeveel kilometer moeten ze na het eten nog rijden?
_______________________87,5_______________________ kilometer
5
De metselaars willen in twee dagen 2100 stenen gemetseld hebben. Na een dag hebben ze
2/3
deel gedaan. Hoeveel stenen hebben ze dan al gemetseld?
_______________________1400_______________________ stenen
6
Noud heeft 37 x
1/6
berekend en komt op
37/6
. Hoeveel helen zijn dit en welke breuk houdt hij over?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
6
  
1
6
7
2/3
deel van de slachtkoe is verkocht aan een slager en
1/6
deel is verkocht aan klanten. Welk deel van de koe is nog niet verkocht?
Schrijf hiernaast een breuk
1
6
8
Het vakantiehuis kost € 2700,- voor twee weken. Bij de boeking moet je
5/6
euro vooraf betalen. Hoeveel euro is dat?
_______________________2250_______________________ euro
9
7/9
van de € 360,- die Tess had gespaard is al op. Hoeveel euro heeft Tess nu nog?
_______________________80_______________________ euro
10
Sil bestelt bij de pizzeria
5/6
pizza salami en
4/6
pizza kaas. Hoeveel pizza bestelt Sil in totaal?
Schrijf hiernaast een heel getal en een breuk
1
  
1
2